Maand: maart 2011

  • Over de keizer en z’n baard

    Nog niet zo heel lang geleden keken we vol verlangen uit naar onze laatste wedstrijd in de 2e klasse. ’t Springend Peert uit, dat moest de kroon op ons werk worden, hier moest de volgende stap worden gezet. Na promotie naar de 2e klasse in het seizoen 2006/2007 en daarop volgende 5e plaatsen (2007/2008 en 2008/2009) en een 3e plaats (2009/2010) in de 2e klasse, was het nu de hoogste tijd voor promotie naar de 1e klasse.  De valse start tegen Zwijndrecht in de openingswedstrijd van het seizoen hadden we verwerkt, alleen moest in de voorlaatste ronde de Willige Dame nog aan de kant worden gezet. Nou, dat verliep dus even anders. Het werd 4-4, waardoor we onze kansen hebben verspeeld. ’t Springend Peert uit werd dus een wedstrijd voor de keizer z’n baard.

    In dat soort wedstrijden ben ik op m’n best. We scoren er met z’n allen lustig op los en ik draag mijn onnodige steentje bij. Dat ging dit keer erg gemakkelijk. Na 1. e4, c5 2. Pf3, d6 3. c3, Pf6 4. g3 was onderstaande stelling ontstaan.

    feike-280312.jpg

    De laatste zet van wit is natuurlijk respectloos, maar als je de deceptie van de vorige wedstrijd nog niet te boven bent en de schaakstukken liever voor eens en altijd in het doosje had willen doen, dan nog hoor je dat niet te doen. Ik deed het toch en terwijl mijn tegenstander vrij lang zat na te denken, vroeg ik mij af waarom ik dit had gedaan. Aan de manier waarop mijn tegenstander het bord bekeek meende ik te zien dat hij de smerige truc had gezien en ik vreesde dat hij daardoor extra gemotiveerd zou zijn om mijn schaakleven de komende uren nog wat zuurder te maken. Toen kwam 4. …, Pxe4?? en het schaamteloze 5. Da4+. De stukken hadden in de doos gekund, dan was ik na Rien en Tjerk-Peter de nieuwe recordhouder korte partijen geweest. Heel lang heeft het niet meer geduurd.

    Bijkomend effect van deze snelle overwinning was dat ik toch nog een keer dit seizoen het verslag moest schrijven. Dat ik daarin een Barendrechtse overwinning kon gaan bejubelen was al vrij snel duidelijk, de grootte daarvan stond lange tijd niet vast.

    De eerstvolgende die ook een punt in het zakje stopte was Jean-Peter. Met een truc die qua doortraptheid niet veel onderdeed voor die van mij won hij een stuk. Daarna was het nog wel even alle hands aan dek om de tegenkansen te pareren. Met een fraai matbeeld werd de partij afgesloten: 0-2. Tjerk-Peter dan, hij sloeg met zijn dame op b2, terwijl de onlangs overleden Deense grootmeester Larsen ons de wetenschap heeft nagelaten dat slaan op b2 altijd fout is, zelfs als het goed is. Tjerk-Peter doorstond de witte storm, naar ik meen ook dankzij enige wankelmoedigheid aan gene zijde van het bord, pakte nog een pionnetje en voegde een punt toe aan ons totaal: 0-3.

    Ondanks de keizer en z’n baard begon zich aldus een overwinning af te tekenen. Invaller Tom stond al enige tijd ruimschoots gewonnen, terwijl uit de overige partijen toch wel een halfje moest kunnen komen.  De grootste geluksvogel van de avond was Robbert. Hij was vanuit de opening in een naar mijn mening tamelijk inferieure stelling terecht gekomen en was ook in tijdtechnisch opzicht flink in het nadeel gekomen. Met minder dan 10 minuten op de klok kreeg Robbert remise aangeboden van zijn tegenstander die op dat moment nog zo’n 45 minuten te verspijkeren had. Een mooi halfje dus voor Robbert, ware het niet dat hij het genereuze aanbod afsloeg en koelbloedig verder speelde. Het is dat hij het vervolgens keurig afmaakte, anders was mijn commentaar niet mals geweest.

    In de tussentijd had Tom zijn karwei afgemaakt: 0-4. Hierna deed zich iets opmerkelijks voor. Rien en zijn tegenstander hadden elkaar in een stevige houdgreep genomen en de vraag was wie van beide risico zou gaan nemen om zich daaraan te ontworstelen. Net toen de eerste openingen waren gecreëerd besloot de tegenstander van Rien er eens goed voor te gaan zitten. Dat is natuurlijk prima, maar met 20 minuten op de klok moet je dat niet al te lang doen, in ieder geval niet tot je nog maar 1 minuut over hebt en daarbij maar 2 zetten verder bent. De tegenstander van Rien besefte dat hij zich in een onmogelijke situatie had gemanoeuvreerd en gaf op, terwijl de stelling op het bord daar eigenlijk geen enkele aanleiding toe gaf: 0-5.

    De volgende in de rij was Robbert: 0-6. Inmiddels had John in een prima stelling een elementair “uitschakelen van de verdediging” over het hoofd gezien. John stribbelde nog even tegen, maar stukverlies kon zijn stelling niet verdragen: 1-6. Tot slot nog Robert. Ondanks een wat moeizaam gespeelde partij en een fiks hogere tijdconsumptie dan zijn tegenstander, had hij toch nog een veilig eindspel weten te bereiken. In wederzijdse tijdnood had Robert het geluk aan zijn zijde (zijn tegenstander overzag een kant en klare winst) en haalde hij toch nog het volle punt binnen: 1-7.

    Alles wat ons rest is een heel dun draadje waaraan ons lot hangt. Wat gaan de Willige Dame (tegen Erasmus) en Zwijndrecht (tegen WSV) doen? Komt er nog een verrassende wending? Een ding weten we al, de Willige Dame heeft inmiddels verloren van Erasmus, zou het dan toch nog ….

  • We waren er zo dichtbij…

    Nog twee ronden te gaan. De tussenstand is als volgt:

    1

    De Willige Dame 2

    8 mp

    23 bp

    2

    Barendrecht 1

    7 mp

    25 bp

    3

    Zwijndrecht 1

    7 mp

    20,5 bp

    De koploper speelt tegen de nummer 2. Barendrecht 1 speelt thuis tegen De Willige Dame 2. De winnaar van deze partij is vrijwel zeker van promotie. De druk werd steeds hoger opgevoerd. Dolf Meijer werd ingehuurd voor wat extra schaaktraining. Tjerk-Peter, de teamleider, drukte een ieder op het hart goed uit te rusten, gezond te eten en nog een paar schaakboeken te bestuderen.
    Helaas kon Bert Drolenga niet voor deze cruciale wedstrijd opgesteld worden. Hij was immers al 3 keer ingevallen. Met Corné hadden we een waardige vervanger gevonden. Voorafgaande aan de wedstrijd werd hem een stortvloed aan instructies meegegeven: rustig spelen, goed nadenken, je tijd benutten, op het juiste moment een remise aanbod doen. Stijf van de zenuwen, en alle instructies proberend te onthouden, begon hij aan de wedstrijd.

    Nog voordat de partijen goed en wel begonnen waren had Tjerk-Peter in 8 zetten van Anne Meeldijk gewonnen in een Schots Gambiet. Dit is helaas geen clubrecord, want Rien won in de vorige ronde in 7 zetten van zijn tegenstander van Groenoord. De voorsprong hield helaas niet lang stand. Overgeconcentreerd gaf Corné een stuk weg. Toen daarna ook zijn dame midden op het bord gevangen werd genomen, kon hij zijn tegenstander een hand geven.

    John, met nog alle stukken op het bord, liep geregeld naar de teamleider om aan te geven dat het een potremise (?) stelling was en dat hij graag remise wou aanbieden. Na een korte blik op zijn bord en een wat langere blik op de andere borden was de teamleider resoluut: doorspelen!

    Feike draait een wisselvallig seizoen. Ook dit keer speelt hij een moeilijke pot. Wellicht was hij met zijn gedachten bij zijn dochter die een paar dagen daarvoor beide polsen had gebroken tijdens het snowboarden. Maar ook alle lof aan zijn tegenstander die energiek ten aanval trekt en niets aantrekt van 150 ratingpunten verschil.

    Jean-Peter bouwde een mooie aanvalsstelling op. Met een kwaliteitsoffer (met weliswaar 2 pionnen winst) reet hij de koningstelling van zijn tegenstander open, maar overzag een simpele verdediging van zijn tegenstander. Hans en Ab zagen in één blik hoe Jean-Peter weer een kwaliteit terug kon winnen en zagen vervolgens tot hun afgrijzen dat Jean-Peter een geheel andere zet deed. “Vanaf de zijlijn ziet alles er veel gemakkelijker uit” constateerde Hans terecht.

    Robert kwam weer in zijn gebruikelijke tijdnood. Gelukkig kon hij afwikkelen naar een potremise stelling met beide koning, toren en 3 pionnen (tegen over elkaar). De verschillende remise aanbiedingen van Robert werden beleefd geweigerd. Robert had immers nog maar 1,5 minuut op de klok. Het enige wat Robert hoefde te doen was met de toren heen en weer te zetten en zijn tegenstander kon er van zijn levensdagen niet doorheen komen. Zo kun je zeker zo´n 50 zetten doorspelen, zonder dat er een stuk wordt geslagen (=remise). Tot afgrijzen van een ieder ging Robert pionzetten doen, waardoor er openingen werden gecreëerd voor zijn tegenstander. In de laatste paar seconden werd Robert zelfs mat gezet. Dit was zeker niet nodig geweest.

    Bij Jean-Peter was zijn tegenstander zo aardig om de kwaliteit weer terug te geven. Met 2 pluspionnen was het daarna niet moeilijk om de winst te pakken.

    Inmiddels is de tussenstand 2-2. Bij de overige partijen was er geen peil te trekken welke kant de uitslagen zouden vallen.

    Feike´s partij zag er steeds somberder uit. Zijn koning werd volledig opgejaagd waarbij en passant een paar pionnen werden opgepeuzeld. Het eindspel werd vakkundig uitgespeeld en Feike noteerde een zeldzame 0.

    Robbert won in zijn partij een kwaliteit, om hem daarna met alle gemak weer terug te geven. Gelukkig had hij onderweg nog een pionnetje gewonnen en won hij uiteindelijk de partij.

    Tussenstand is nu 3-3. Alleen John en Rien waren nog aan het spelen.
    Bij John ging pas op de 40e zet, om 23:15 uur het eerste stuk van het bord. Gezien het scoreverloop hadden zowel John, als zijn tegenstander zo´n 20 keer over en weer remise aangeboden, die elke keer weer, na kort overleg met de teamleider, moest worden afgeslagen.

    Toen Rien, in een moeilijke stelling een kwal weggaf, kon hij meteen opgeven, wat hij dan ook deed. De stand is nu 3-4. Promotie zit er niet meer in en alleen John was nog aan het spelen. Hij had de instructies goed onthouden: “zorg ervoor dat je in tijdnood net iets meer tijd overhoudt dan je tegenstander”. Daar hield John zich keurig aan en maakte de eindstand 4-4. Met deze uitslag hadden alle witspelers gewonnen.

    Zo terugkijkend op de wedstrijd waren we er zo dichtbij, en tegelijkertijd zijn we door deze uitslag ook zo ver weg van promotie.
    Als Bert op tijd was aangemeld als 1e team speler…
    Als Robert zijn potremise stelling gewoon remise houdt…
    Als Feike gewoon doet wat hij moet doen: winnen…
    Dan waren we al lang kampioen geworden.

    Nu we toch bezig zijn met als, als, als…
    Als De Willige Dame de laatste ronde gelijkspeelt of verliest van Erasmus en tegelijkertijd Zwijndrecht gelijkspeelt of verliest van de hekkensluiter WSV, dan kan Barendrecht alsnog kampioen worden (moeten we zelf nog wel even van ´t Springend Peert winnen).