Maand: maart 2014

  • En buigen zullen ze!

    Op 24 februari was onze ontmoeting met mede-massakamper Ridderkerk 2. Tevens de hekkensluiter van klasse 4a.

    Zoals inmiddels gewoon speelde Bart vooruit op 13 februari. D’r was iets met die datum. Ik kan pas later op de avond de partij bekijken en het zag er goed uit voor Bart met een vrijpion in het centrum. Echter spoken, leeuwen en tijgers streden om een plekje op de voorste rij in het hoofd van Bart. Daardoor kreeg Bas vrijgeleide om zijn dame de gelederen van Bart’s stelling binnen te manoeuvreren, daar waar dwingen tot dameruil beter was geweest. Toen de dame(mol) eenmaal binnen was, was er geen houden meer aan. Dit in combinatie met een snel tikkende klok was de guillotine voor Bart.
    Bord 1. Bart Dubbeldam 1544 – Bas Weber 1399 0 – 1

    De 24e moesten we even wachten op Bas 2. Daarna konden we los, want we waren inmiddels wel gewend geraakt aan een achterstand.
    Ik heb wel alle partijen bekeken, maar ik heb ze niet gezien. Vandaar een wat beknopt verslag.

    Wat is dat toch met die concentratie van John? Het leek er even op alsof de tegenstander het die avond zonder tegenstander tegenover zich moest doen. Enkele openingszetten door John en vervolgens was John maar sporadisch aan het bord te zien; sigaretje roken, even wandelen, koffie halen/zetten en bij de andere borden kijken. Toch bleek al snel dat dat onverschillige wel eens negatief zou kunnen aflopen. De tegenstander maakte slim gebruik van de onoplettendheid van John. Gelukkig wist John dat het teambelang voorop moest staan en ging er uiteindelijk toch nog even goed voor zitten. Dit bleek ook wel nodig want zijn tegenstander had inmiddels een behoorlijke druk op de stelling van John weten te creëren. Nadat John zijn kansen had weten te keren mocht er alsnog een mooi punt voor Barendrecht worden genoteerd.
    Bord 2. John Bakker 1598 – Raymond de Moré 1405 1 – 0

    Ik kwam wat stroef uit de opening, maar zag al snel een mogelijkheid om een pion te winnen. Er was nog een mogelijkheid om een extra pion te winnen met een simpel mat achter de paaltjes. Ik dacht hier wat te gemakkelijk over, in de wetenschap dat Rishie al 40 minuten meer had gebruikt. Rishie doorzag de dreiging goed en zorgde vervolgens voor behoorlijk wat problemen in mijn stelling. Vervolgens stevenden wij langzaam op een remise af. Tsja achteraf…..
    Bord 3. Stanley Brabers 1520 – Rishie Jokhoe 1433 ½ – ½

    Johan kreeg een wilde Jan tegenover zich. Die rolde een windmolen offensief af. Bij wat kleine foutjes van Johan had dit catastrofale gevolgen kunnen hebben. Gelukkig is Johan niet degene die over één nachtje ijs gaat en Jan niet degene die alle varianten uitwerkt. Hierdoor kon Johan al snel een stuk winnen en daarna volgende de bekende kaartenhuis constructie.
    Bord 4. Johan de Weerd 1583 – Jan de Jong 1433 1 – 0

    Bij Leo zag ik een bekend fenomeen verschijnen, namelijk open spel. Halverwege zag hij het zelf niet helemaal zitten, totdat hij een centrumpion voorkwam. Leo is natuurlijk een bijtertje en wist deze pion knap naar de overkant te escorteren. Klaar.
    Bord 5. Leo van Praag 1531 – Lex van der Linden 1367 1 – 0

    Mag je op het 6e bord, met wit, (tegen Ridderkerk 2, met alle respect) je heerlijk uitleven. Dus o.a. zeker niet in tijdnood komen. Als je dan op de zesde zet, t.g.v. een onbegrijpelijke black-out, twee zetten in de verkeerde volgorde speelt, sta je na zes zetten een volle loper achter, zonder enige materiaal compensatie. Gelukkig was er via de open d- en e-lijn enige druk uit te oefenen. Dat hield de tegenstander zodanig bezig, dat toen hij dat heelhuids overleefd had, wat te overmoedig een mataanval inzette die hem een stukverlies (tegen twee pionnen) opleverde.
    Daarna leek bij zwart de tank min of meer leeg. Er gebeurde van alles maar daarna bleken er nog een wit paard met twee pionnen tegen twee zwarte pionnen op het boord te staan..Dat was, wonder boven wonder, genoeg voor de witte winst. De vraag die je blijft bezig houden is of je na zes zetten,met een volle loper achter, wel door moet blijven spelen.
    In dit geval blijkbaar wel (zeker als je ook nog kampioenskansen wil houden).Bord 6. Tom Godthelp 1554 – Wim van Daalen 1307 1 – 0

    Mijn verwachtingen van Joost waren hoog. Met zwart komt het beste in hem boven. Vanaf het begin leek hij toch de witte stukken te hebben. Marc werkte dan ook wel erg mee en al snel kon er een vol stuk in de tas. Daarna was het langzaam uitschuiven.
    Bord 7. Joost Mooijweer 1465 – Marc Harreman 1 – 0

    Han mocht met Leo van plaats wisselen, want Han wilde heel graag met wit spelen.
    Dat konden wij zien, want hij ging er vol in vanuit de startblokken. Alleen was het een beetje als “Blazing saddles”. Gelukkig hervond hij zichzelf na de aanvankelijke teleurstelling dat een snel mat er niet in zat. Daarna keurig afgemaakt.8. Han Pijpers 1579 – Bas Roest 1257 1 – 0

    Dit resulteerde in een lekkere overwinning.

    Barendrecht 2 1547 – Ridderkerk 2 1372 6½ – 1½

    Inmiddels in de wetenschap dat Overschie een sof had en wij aan een 3-5 nederlaag voldoende hebben voor de kampioenstrui, lijkt mij winnen het enige juiste.
    Tot de 18e maart gents!!!

  • Krimpen ad IJssel 3 – Barendrecht 1: Hoop

    Na vijf ronden vonden we ons terug op de 7e plek, een degradatieplaats. Twee punten achter nummer 5 en 6 en vier punten achter nummers 2, 3 en 4. Aangezien er drie teams degraderen uit de 1e klasse is voor klassenbehoud minimaal een 5e plek vereist.
    De laatste twee wedstrijden moesten dus gewonnen worden om de HOOP op overleving levend te houden.

    En in de zesde ronde tegen Krimpen gebeurde er inderdaad een HOOP.
    We traden vrijwel volledig aan, alleen Rien bleek nog niet in staat te spelen en werd vervangen door Han.
    Deze Han maakte een snel debuut in het eerste. Hij opende voorzichtig en had de ILLUSIE op tegenspel, maar kreeg een BERG initiatief tegenover zich die alle HOOP snel deed vervliegen (0-1).
    Jean-Peter kwam goed uit de opening en had een HELEBOEL ruimtevoordeel. De DROOM op zijn eerste winst vervaagde echter toen zwart er in slaagde VEEL stukken te ruilen. Hierna was remise het hoogst haalbare. Gelukkig is de dubbele rochade hiermee van zijn scorebord (½-1½).
    Ook André moest berusten in remise. Zijn jeugdige tegenstander gaf met een BOEL levendig tegenspel goed verweer tegen Andrés acties in het centrum. Remise bleek het logische resultaat (1-2).
    De derde remise op rij kwam op het conto van Robert. In een rustige opening probeerde hij het initiatief te nemen, maar zijn jeugdige tegenstander liet hem in die WAAN. De remise was onvermijdelijk (1½-2½).

    Met deze tussenstand zag het er niet zo best uit voor ons. Een nederlaag lag in het verschiet, want, Feike stond inmiddels beter, maar Robbert en Bert stonden twijfelachtig en Tjerk-Peter kon alleen maar HOPEN op en groot wonder.

    Feike won inderdaad. Hij had de gehele partij het initiatief en STAPELDE een aantal vervelende verzwakkingen op in het zwarte kamp, waaronder een dubbele g-pion. Dit voordeel molk hij vakkundig uit (2½-2½).

    Bert kon als volgende douchen. Ik raakte verzeild in een dichtgeschoven stelling waarin mijn tegenstander zich duidelijk VEEL beter op zijn gemak voelde. Gelukkig investeerde hij hiervoor een BERG tijd en op het kritieke moment van incasseren gaf hij mij de kans op tegenspel. Dit resulteerde in stukwinst, hoewel zwart hier een MASSA vrijpionnen tegenover kon stellen. Met de vlag op vallen bood hij nog twee keer remise aan, maar het punt gaf ik natuurlijk niet meer weg (3½-2½).

    En vervolgens geschiedde aan bord 4 het GEHOOPTE wonder.
    Tjerk-Peter was de gehele partij bestookt door witte offers en stond inmiddels glad verloren. Zijn tegenstander had echter zoveel VERTROUWEN in zijn stelling, dat hij de enige dreiging van Tjerk-Peter over het hoofd zag. Mat was het dramatische gevolg (4½-2½).

    En het werd nog mooier voor ons. Ook Robbert kreeg een offer om zijn oren. Zijn koning werd het vrije veld ingestuurd en voor zijn leven werd gevreesd. HOOP doet echter leven en in Robberts geval bestond deze HOOP uit een duivels loperpaar. Uiteindelijk werd wit mat gezet in een eindspel van K+T tegen K+T+L. Dat Robbert nog maar 3 seconden over had verbaast me inmiddels niet meer (5½-2½).


    ———————–

    Een gelukkige, maar hele belangrijke overwinning.
    Inmiddels zijn we gestegen naar de begeerde 5e plaats en volstaat een overwinning in de laatste ronde.

    nakrimpen.jpg
    krimpenbar2014.jpg
  • Heb ik eigenlijk wel meer nodig dan een beetje intuïtie?

    Volgens het woordenboek betekent intuïtie zoveel als “inzicht zonder nadenken”. Het behoeft dan ook nauwelijks betoog dat intuïtie buitengewoon goed van pas kan komen. Niet alleen privé (wat zou mijn vrouw toch bedoelen met die blik?) maar ook zakelijk en, als klap op de vuurpijl, vooral ook bij de beoefening van, als we het Shannon-getal voor waar moeten aannemen – en waarom zouden we dat niet doen – het extreem gecompliceerde schaakspel. Schaakintuïtie dus. Hoe kom je er aan? Studie en ervaring wordt wel gezegd. Patroonherkenning schijnt ook heel goed te helpen. Onze hersenen zijn vooral visueel ingesteld dus die patroonherkenning kan zo moeilijk niet zijn, zou je zeggen. Helaas valt dat vies tegen. Tactische vaardigheden dan: schaken is tenslotte voor 99% taktiek, aldus Richard Teichmann, hoewel de vraag is of hij het met zijn ene oog wel helemaal scherp zag. Of vloeit het “gewoon” voort uit de positie op het bord? Dat mag misschien zo zijn maar dan nog: “I can see the combinations as well as Alekhine, but I cannot get into the same positions” (Rudolf Spielmann). Moeilijk kortom, heel moeilijk. Maar goed, een beetje intuïtie heeft iedereen wel. Kun je daar op vertrouwen? Vaak wel maar niet altijd: gemakzucht – een van de van oudsher bekende hoofdzonden – ligt op de loer. En dan helpt ook de beschermheilige van de schakers, Theresia van Ávila niet meer. Want wie zegt dat zij, net als ik hieronder, met zwart speelt? Op 24 februari 2014, terwijl het 2e team die avond in de externe competitie Ridderkerk overtuigend versloeg, in de vijfde ronde van de interne zomercompetitie in groep B werd afgekondigd: Erik W. – Marcel W. Na de 10e zet van wit stond de volgende stelling op het bord:

    marcel1.jpg

    Hoe dit zo gekomen was doet nu niet ter zake. Het gaat om mijn plotselinge ingeving. Ik bemerkte een bijzonder soort gepruttel in de hersenpan dat ik ter plekke niet anders kon kwalificeren als, inderdaad: schaakintuïtie. Met andere woorden: snel zetten voordat ik per ongeluk zou gaan nadenken!

    10. ….. Lxf2†

    Als dat geen intuïtieve zet in optima forma is, dan weet ik het ook niet meer. En dat zonder noemenswaardig nadenken en al helemaal zonder te rekenen. Het kan niet lang meer duren of de Fide-titel kan aangevraagd worden.

    11. Kxf2

    Gedwongen. En zoals bekend, gedwongen zetten van de tegenstander zijn eens te meer het bewijs van mijn eigen gelijk (ahum). Beide alternatieven leiden tot mat in twee: 11. Kf1 Lh3†, 12. Kxf2 (of Ke2) De3# of 11. Ke2 De3†, 12. Kf1 Lh3#.

    11. ….. De3†

    Ja ja, voor de hand liggend. En ik voel het nog steeds borrelen daar boven.

    12. Kg2 Pxd2??

    Oef, in één zet weer met beide benen op de grond. Wat zeg ik, op de grond? Onder de grond, in een wak. Theresia!! Help!! Kan ik nog terug? Maar het blijft angstig stil van gene zijde. Rien ne va plus, het voordeel is niet meer voor u!

    Erik zou Erik niet zijn als hij niet als een echte sportfietser er op en er over zou gaan. En zo geschiedde. Er moest nog flink verdedigd worden en na nog wat kunst- en vliegwerk over en weer besloten we op de 30ste zet tot remise.

    Hoe had het dan wel gemoeten?

    Na de 12e zet van wit was dit de stelling:

    marcel1.jpg

    Waarom was ik opeens Lc8 uit beeld verloren? Schaakblindheid in plaats van schaakintuïtie.

    12. ….. Lh3†

    En nog een loperoffer; doet het altijd goed!

    13. Kxh3 Dh6†
    14. Kg2 (of Kg4) Pe3†

    En tot slot een altijd zeer bevredigende paardvork op Koning en Dame. Zo zie je maar, Theresia bestaat wel maar je moet haar niet in de weg lopen.