Afgelopen jaar is er veel gebeurd. Zowel voor als achter de schermen.
Voor de schermen zien we een succesvolle samenwerking met SV IJsselmonde wat betreft de externe competitie. Er zijn 4 volwaardige 8-tallen en een 4-tal. Met name ons 2e team speelt de sterren van de hemel en gaat vol voor promotie.
Daarnaast zijn 5 spelers van voormalig ’t Springend Peert bij ons komen schaken (Ed, Jan Pieter, Paul, Wim en Arjo). Zij zijn momenteel de meest trouwe spelers van onze vereniging. Ook oud spelers zijn weer begonnen met schaken (Lies en Joost). Deze ontwikkelingen hebben een enorme boost gegeven aan onze vereniging en op maandagavond is het weer gezellig druk.
Nadat ik vorig jaar de eerste plaats wist te veroveren in groep 9I ben ik, buiten het feit dat ik sowieso weer mee wil spelen, moreel verplicht dit jaar in groep 8 acte de présence te geven. Spelers uit de 1400+ groep moet tenslotte de kans geboden worden een indringer met een rating van slechts 1364 hardhandig met beide benen op de grond te zetten. Niet dat ik daar aan zal meewerken, althans niet bewust, maar dat zal niemand verbazen.
In het eerste deel van schaken met octrooien ging het over een echte technische uitvinding van een tamelijk bekende schaker, namelijk de Fischer-klok. In dit tweede deel geef ik voorbeelden van uitvindingen die wat minder technisch van aard zijn, namelijk nieuwe, op het schaakspel gebaseerde spelvormen. Het is zomaar een greep uit de vele octrooien en octrooiaanvragen die te maken hebben met varianten op het schaakspel. Het internationale octrooiclassificatiesysteem kent zelfs een speciale groep waarin deze documenten (te midden van de andere bijna 100 miljoen octrooidocumenten) te vinden zijn, namelijk de A63F3/02 (“Chess; Similar board games”).
Beide uitvindingen hebben te maken met een uitbreiding van het schaakbord, de ene in de breedte, de andere in de lengte, terwijl de spelregels zo veel mogelijk onaangetast blijven. US 5642885 (een verleend Amerikaans octrooi) betreft een verbreding van het schaakbord.
De bijzonderheid hier, t.o.v. het normale schaakspel, is dat beide partijen over twee koningen beschikken, een zogenaamde “keystone king” een “checkmate king”. Eén van de koningen kan geslagen worden (die daarmee de zogenaamde “keystone king” wordt), waarna de andere (die vanaf dat moment de “checkmate king” is) volgens de normale regels mat moet worden gezet. Volgens de uitvinder kunnen de spelers door het grotere aantal mogelijkheden hun strategische vaardigheden beter ontwikkelen dan in een gewone schaakpartij. Hij maakt daarbij de volgende opmerkelijke vergelijking: It is therefore a further advantage of the present invention to provide a means for strengthening chess muscles in method similar to the manner in which a baseball player puts weighted rings on a bat. However, unlike the weighted bat, using this invention provides permenant, rather than temporary, improvement in ability and skill. Waarom is dit nooit een (commercieel) succes geworden?
Het tweede voorbeeld betreft de Amerikaanse octrooiaanvrage US 2008/0296838. Deze aanvrage gaat over een bolvormig schaakbord. Het lijkt een 3D bord, maar in feite is het een cilindrisch, dus 2D schaakbord dat als het ware oneindig in de lengte is uitgerekt. Aan de lijnen op het bord komt immers geen einde. Het bijzondere is verder dat beide partijen in de beginstelling zowel links als rechts van de stukken over een rij pionnen beschikken. De ene rij beweegt zich linksom, de andere rechtsom, zoals in onderstaande figuur nader wordt toegelicht.
Promotie vindt plaats op de rij waar in de beginstelling de stukken van de tegenstander staan. Om te voorkomen dat je kunt “passen”, bijvoorbeeld door de dame precies één ronde te laten maken, mogen de dame en de toren in één beurt niet meer dan 13 velden links- of rechtsom worden verplaatst. Ik denk dat daarmee tevens wordt voorkomen dat de dame of een toren in een stationaire baan om het schaakbord belandt. De uitvinder ziet, naast de decoratieve waarde van het bolvormige bord, in zijn uitvinding een belangrijk voordeel voor de schaakspeler: A further objective of the present invention is to stimulate logic, memory and imagination beyond that of typical chess as a player must imagine potential moves around a three dimensional surface which cannot be seen in whole at a single glance and therefore the player must induce further use of memory of chess piece placement to plan and execute a move than would be required in two dimensional game play. Ook dit bord heb ik trouwens nog niet in de winkel zien liggen.
Hoe heet je en hoe oud ben je? Ik heet Leo van Praag en ben geboren 22 mei 1951. Pappie van 2 zoons en opa van 2 kleindochters.
Wat doe/deed je in het dagelijks leven? Ik deed en doe nog steeds: het installeren van elektrische installaties.
Diensttijd was voor mij niet weggelegd, gezien de zwaarte van de schoenen. De mededeling van de keuringsmajoor, dat ik in tijden van nood paraat voor volk en vaderland behoorde te zijn heb ik gepareerd met dat, als er gevlucht moet worden, ik voorop zou lopen.
De BB was de volgende optie. Doch zolang ik studeerde, zou ik vrijgesteld blijven. Probleem dus opgelost; aangezien ik over 1 studiejaar soms 2 à 3 jaar deed (om een goede band met de docent te krijgen) was het niet ondenkbaar dat ik Nederlands oudste student zou worden.
Hoe lang schaak je al? Gezien mijn kansarme voorgeschiedenis was het geen grote stap om lid te worden van een schaakclub. Inmiddels ben ik, door mijn luie karakter, een kleine 30 jaar lid van schaakclub Barendrecht.
Omschrijf je schaakstijl Om in de trant van Godfried Bomans verder te gaan: ik heb een armoedige speelstijl. Daarom was spelen tegen Jan van vlijmen geen kwelling voor mij. Maar na nog 30 jaar lid van Barendrecht te zijn, moet enige progressie voor mij mogelijk zijn.
Wat is jouw schaakhoogtepunt? Er was 1 jaar dat niemand kampioen wilde worden en toen heb ik mijzelf spontaan aangeboden. En ik mocht het zijn!
Welke activiteiten voer(de) je uit voor de vereniging? De afgelopen bijna 30 jaar ben ik via de door mij genuttigde consumpties sponsor geweest van de club.
Wie is jouw favoriete tegenstander en wie is jouw ‘angstgegner’? Ab Kruit is mijn favoriete tegenstander, wat niet wil zeggen dat ik een aversie heb tegen de rest van de club. Mijn angstgegner is André Coenen.
Zijn er nog andere zaken die je met ons wilt delen? Ik ben het helemaal met Jan van Vlijmen eens: een voortreffelijk bestuur, dat de club opnieuw laat leven en bruisen.
Aan wie geef je de pen door? Zonder hem te willen beledigen geef ik mijn pen door aan Paul Visschedijk. Maar alleen als hij dat ook echt wil!
Sinds kort staat rechts onderaan op deze website een nieuwe rubriek: Nieuws van elders. Om een idee te geven van wat dat nieuws van elders (in de ruimste zin van het woord) te bieden heeft, hierbij een recente bijdrage van Derk Dekker op de Facebook-pagina van het Schaakhuis:
Opa vertelt
“Maar opa, er waren toen toch allang digitale klokken?”
“Ja lieverd, maar ze waren nog een stuk primitiever dan die van nu, hoor! Ze veranderden niet van kleur, ze werden niet rood als je onder de tien seconden kwam, zoals nu. Dus in tijdnood moest je echt je ogen van het bord afwenden en gericht naar de klok kijken om te zien hoeveel tijd je nog had. Dat ging natuurlijk vaak mis…”
“Maar je kon toch al wel een Fischer-tempo met increment instellen op die klokken?”
“Ja, dat kon allang, en analoge klokken werden al praktisch niet meer gebruikt. Toch werden er nog veel toernooitjes georganiseerd zonder increment. Bijvoorbeeld een snelschaaktoernooi van 5 minuten per persoon met niks erbij per zet, of een rapidtoernooi van 15 of 20 minuten per persoon met niks erbij per zet.”
“Hahaha! Echt waar?! Ik ken het eigenlijk alleen van de jaarlijkse kolderschaakavond op de club. Dan krijg je vaak van die hilarische taferelen aan het eind, waarbij het niks meer met schaken te maken heeft. Dan staat er iemand tien stukken voor, maar zijn tijd is op, en als de ander dan nog net een pionnetje over heeft weten te houden, heeft hij gewonnen omdat hij matpotentieel heeft. Of ze hebben allebei nog 5 seconden, en dan wint degene die toevallig zetten dicht bij de klok kan doen. Maar daar werden toen hele toernooien mee gespeeld?!”
Wat heeft schaken met octrooien te maken, behalve dat het NK schaken voor bedrijfsteams vorige week zaterdag bij het Europees Octrooibureau in Rijswijk werd gehouden? Meer dan je dacht waarschijnlijk. Er zijn namelijk heel wat octrooien of octrooiaanvragen die op de een of andere manier iets met het schaakspel te maken hebben. De komende tijd zal ik hier wat voorbeelden geven. Niet alles wat de revue gaat passeren is in technisch opzicht even hoogstaand, maar de uitvinding van vandaag is dat wel. Bovendien het vermelden waard: deze staat op naam van niemand minder dan wijlen de kluizenaar van Pasadena, ook bekend onder de naam Robert J. “Bobby” Fischer, 11e wereldkampioen schaken (1972-1975) en misschien wel de grootste schaker aller tijden. Met hem is het slecht afgelopen, maar niet met zijn uitvinding.
Titel: Digital chess clock
Octrooinummer: US4884255
Land: Verenigde Staten
Uitvinder: Robert James Fischer, Pasadena, Calif. 91105
Datum aanvraag: 5 augustus 1988
Datum verlening: 28 november 1989
Classificatie: G04F1/005; G07C1/28; A63F2250/1084
Voor wie het schema niet onmiddellijk doorgrondt: inderdaad, het betreft hier de kern van de ons inmiddels zo vertrouwde digitale klok met de mogelijkheid om bij iedere zet er weer wat tijd bij te krijgen. De eerste conclusie (in het Engels: claim) bij dit octrooi (de conclusies bij een octrooi geven kort en bondig weer waarvoor precies bescherming wordt verkregen) is gericht op “A timing device for timing two events which comprises: a pair of clock means for timing two different events; compensation means coupled to said clock means for incrementing or decrementing each of said clock means … (etc.)“. Conclusie 14 richt zich zelfs helemaal op een schaakklok: “A chess clock for timing a competitive chess game comprising: a pair of clock means for timing each of the players of the chess game; a means coupled to said clock means for setting an initial time period for each of said clock means; a compensation means coupled to said clock means for incrementing each of said clock means … (etc.)“.
Heeft Fischer terecht een octrooi gekregen? Het Amerikaanse octrooibureau heeft destijds bij zijn onderzoek naar de stand van de techniek in ieder geval niet iets gevonden dat hieraan in de weg zou staan. Maakt het voor ons iets uit of Fischer dit octrooi al dan niet terecht heeft gekregen? Nee, helemaal niets. Ten eerste heeft hij alleen maar een Amerikaans octrooi aangevraagd (en gekregen), dat verschaft buiten de Verenigde Staten geen enkele bescherming. Ten tweede is het octrooi al op 2 januari 2002 verlopen, naar ik vermoed omdat Fischer niet meer kon of wilde betalen voor de instandhouding ervan (hij leefde toen, als ik het goed heb, in ballingschap op de Filipijnen, omdat terugkeer naar de Verenigde Staten na zijn match tegen Spassky in 1992 in Belgrado niet meer mogelijk was).
De bijdrage van Fischer aan de schaaksport gaat dus verder dan de inzichten en partijen die hij ons heeft nagelaten. Het is misschien wat overdreven om te zeggen dat we zonder zijn uitvinding nog steeds met de mechanische Garde- of Koopman-klokken (of erger nog, met hun Russische evenknie, die witte) zouden spelen, maar wellicht had de digitale klok zonder het adagium “Fischer klok” toch een minder snelle opmars gemaakt door onze geledingen.
1. Hoe heet je en hoe oud ben je?
Ik heet Jan van Vlijmen, geboren in het vooroorlogse Rotterdam op 23 april 1931, dus ruim 83 jaar geleden. In 1962 getrouwd in Rotterdam, vader van 4 kinderen en opa van 11 kleinkinderen.
2. Wat doe/deed je in het dagelijks leven?
In 1947 begon ik als 16-jarige bij de Post Cheque en Girodienst in Den Haag voor fl 80,- per maand.
’s Avonds ging ik mijn Mulo-b afmaken. Na het behalen van het diploma naar de avond-zeevaartschool voor de opleiding radio-telegrafist. Toen ik in dienst moest, kwam ik in de marine terecht bij de verbindingsdienst. Na mijn diensttijd had ik toch geen zin om te gaan varen en ben toen ’s avonds gaan studeren voor onderwijzer. Dat beviel mij uitstekend. Onderwijzer in Rotterdam, ‘Hoofd ener R.K.- Basisschool’ in Kampen, daarna in Nieuw Vennep. In 1973 ging ik terug naar Rotterdam en werd schoolbegeleider bij de Schooladviesdienst.
3. Hoe lang schaak je al?
Als kind heb ik schaken geleerd van mijn vader. Hoe oud ik was weet ik niet meer. Als tiener op het ‘clubhuis’ naast ping-pong, biljarten ook geschaakt. In en na mijn diensttijd een tijdje niet meer geschaakt. In 1973 kwam ik weer in Rotterdam wonen. Van het huis dat we toen kochten moesten de elektrische leidingen vernieuwd worden. En wie ging dat doen ? Leo van Praag uit Barendrecht! Zo ben ik weer gaan schaken. Leo ging zelfs mee op vakantie met mijn gezin o.a. naar Denemarken en Luxemburg. En maar schaken ! Het zgn Eriba-Troll-Toernooi (genoemd naar onze caravan). Die toernooien werden trouwens door Leo gewonnen.
Daarna ging ik in 1986 op aandringen van Leo schaken in Barendrecht in de Triomfatorkerk. Vanaf toen werd het wel serieus !
4. Omschrijf je schaakstijl
Volgens Leo ben ik een ‘bangerd’. Hij heeft wel gelijk, ik speel nogal verdedigend. Aanvankelijk probeerde ik wat openingen te bestuderen. Maar al gauw vond ik dat onbegonnen werk. Miljoenen variaties. En nu speel ik het liefst: de Zwarte Leeuw, ondanks de nadelen.
5. Wat is jouw schaakhoogtepunt?
Je gelooft het niet: tweede prijs snelschaken SV Barendrecht, seizoen 1993/1994. Ik denk dat er niet zoveel deelnemers waren aan dat toemooi. De prijs staat nog steeds op de schoorsteen.
6. Welke activiteiten voer(de) je uit voor de vereniging?
Vanaf 19?? tot 2009 Jeugdtraining gedaan. Aanvankelijk in de Triomfatorkerk. Van de schaak-‘[vereniging mocht ik een cursus volgen voor Jeugdtrainer in Den Haag, gegeven door Brunia en van Wijgerden. Zeer leerzaam en interessant. Bekroond met een diploma jeugdtrainer A en indelingsdeskundige.
7. Wie is jouw favoriete tegenstander en wie is jouw ‘angstgegner’?
Ik meen dat Jan Timman wel eens gezegd heeft: “Van je verloren partijen leer je het meest”. De favoriete tegenstanders zijn dus de sterkere tegenstanders. Je bent nooit te oud om te leren.
8. Zijn er nog andere zaken die je met ons wilt delen?
Ik wil het Bestuur complimenteren met de plannen die toegelicht worden in de e-mails van 2 en 12 juni j.l. Ik ben benieuwd hoe alles uitpakt.
9. Aan wie geef je de pen door?
Ik geef de pen door aan Leo van Praag, mijn schaakidool.
Volgens het woordenboek betekent intuïtie zoveel als “inzicht zonder nadenken”. Het behoeft dan ook nauwelijks betoog dat intuïtie buitengewoon goed van pas kan komen. Niet alleen privé (wat zou mijn vrouw toch bedoelen met die blik?) maar ook zakelijk en, als klap op de vuurpijl, vooral ook bij de beoefening van, als we het Shannon-getal voor waar moeten aannemen – en waarom zouden we dat niet doen – het extreem gecompliceerde schaakspel. Schaakintuïtie dus. Hoe kom je er aan? Studie en ervaring wordt wel gezegd. Patroonherkenning schijnt ook heel goed te helpen. Onze hersenen zijn vooral visueel ingesteld dus die patroonherkenning kan zo moeilijk niet zijn, zou je zeggen. Helaas valt dat vies tegen. Tactische vaardigheden dan: schaken is tenslotte voor 99% taktiek, aldus Richard Teichmann, hoewel de vraag is of hij het met zijn ene oog wel helemaal scherp zag. Of vloeit het “gewoon” voort uit de positie op het bord? Dat mag misschien zo zijn maar dan nog: “I can see the combinations as well as Alekhine, but I cannot get into the same positions” (Rudolf Spielmann). Moeilijk kortom, heel moeilijk. Maar goed, een beetje intuïtie heeft iedereen wel. Kun je daar op vertrouwen? Vaak wel maar niet altijd: gemakzucht – een van de van oudsher bekende hoofdzonden – ligt op de loer. En dan helpt ook de beschermheilige van de schakers, Theresia van Ávila niet meer. Want wie zegt dat zij, net als ik hieronder, met zwart speelt? Op 24 februari 2014, terwijl het 2e team die avond in de externe competitie Ridderkerk overtuigend versloeg, in de vijfde ronde van de interne zomercompetitie in groep B werd afgekondigd: Erik W. – Marcel W. Na de 10e zet van wit stond de volgende stelling op het bord:
Hoe dit zo gekomen was doet nu niet ter zake. Het gaat om mijn plotselinge ingeving. Ik bemerkte een bijzonder soort gepruttel in de hersenpan dat ik ter plekke niet anders kon kwalificeren als, inderdaad: schaakintuïtie. Met andere woorden: snel zetten voordat ik per ongeluk zou gaan nadenken!
10. ….. Lxf2†
Als dat geen intuïtieve zet in optima forma is, dan weet ik het ook niet meer. En dat zonder noemenswaardig nadenken en al helemaal zonder te rekenen. Het kan niet lang meer duren of de Fide-titel kan aangevraagd worden.
11. Kxf2
Gedwongen. En zoals bekend, gedwongen zetten van de tegenstander zijn eens te meer het bewijs van mijn eigen gelijk (ahum). Beide alternatieven leiden tot mat in twee: 11. Kf1 Lh3†, 12. Kxf2 (of Ke2) De3# of 11. Ke2 De3†, 12. Kf1 Lh3#.
11. ….. De3†
Ja ja, voor de hand liggend. En ik voel het nog steeds borrelen daar boven.
12. Kg2 Pxd2??
Oef, in één zet weer met beide benen op de grond. Wat zeg ik, op de grond? Onder de grond, in een wak. Theresia!! Help!! Kan ik nog terug? Maar het blijft angstig stil van gene zijde. Rien ne va plus, het voordeel is niet meer voor u!
Erik zou Erik niet zijn als hij niet als een echte sportfietser er op en er over zou gaan. En zo geschiedde. Er moest nog flink verdedigd worden en na nog wat kunst- en vliegwerk over en weer besloten we op de 30ste zet tot remise.
Hoe had het dan wel gemoeten?
Na de 12e zet van wit was dit de stelling:
Waarom was ik opeens Lc8 uit beeld verloren? Schaakblindheid in plaats van schaakintuïtie.
12. ….. Lh3†
En nog een loperoffer; doet het altijd goed!
13. Kxh3 Dh6† 14. Kg2 (of Kg4) Pe3†
En tot slot een altijd zeer bevredigende paardvork op Koning en Dame. Zo zie je maar, Theresia bestaat wel maar je moet haar niet in de weg lopen.
Op de drempel van het nieuwe jaar is het gebruikelijk terug te blikken en vooruit te kijken. Men telt de zegeningen van het afgelopen jaar en neemt zich van alles en wat voor om de vereniging verder te verbeteren.
Tijdens de afgelopen ledenvergadering is een enquêtecommissie samengesteld die het reilen en zeilen binnen de vereniging dient te inventariseren. Alle aanbevelingen van deze commissie zijn overgenomen en geïmplementeerd. Zo is er een nieuwe puntentelling voor de interne competitie, wordt de website beter gevuld en is de discipline aangehaald. Alleen van de stiltekamer wordt nog weinig gebruik gemaakt.
Een belangrijke doelstelling was om meer nieuwe leden aan te trekken en de bestaande leden frequenter op de verenigingsavond te laten komen. Dit is ten dele gelukt. We hebben versterking gekregen vanuit IJsselmonde. Andre, Han en Stanley zijn volledig ingeburgerd en nemen een prominente plek in binnen onze vereniging. Wat helaas niet is gelukt is om de opkomstfrequentie te verhogen.
Na jaren van een sterke toename van het aantal jeugdleden, is dit helaas het afgelopen jaar gestagneerd. Ook de doorstroom van de jeugd naar de senioren verloopt niet zoals we gehoopt hadden. Dit heeft veelal te maken met schoolbeslommeringen en de jeugd heeft ook een grote keuze aan sportactiviteiten en verenigingsleven waaruit ze kunnen kiezen en helaas wordt dan niet altijd gekozen voor het schaken.
Wat betreft de externe competitie zitten onze 2e en 3e team in de 4e klasse. Ons 2e team gaat momenteel fier aan kop en moet promoveren naar de 3e klasse. Voor het 3e team moet de teamleider Erik Wijnbelt er alles aan doen om een 8-tal op de been te krijgen. Dit is helaas bij de laatste wedstrijd niet gelukt en de wedstrijd is met een reglementaire 8-0 verloren voor ons verklaard. Hierbij een oproep aan alle spelers om dit niet nog een keer te laten gebeuren.
Het 1e team heeft zich afgelopen jaar in de laatste ronde in een regelrechte thriller zich ternauwernood gehandhaafd in de 1e klasse. Dit jaar, moet met de nodige versterking, handhaving in de 1e klasse geen problemen moeten opleveren.
In het afgelopen jaar is bij een aantal leden vervelende ziektes geconstateerd. Ook zijn er ziekenhuisopnames geweest. Daarnaast is er iemand van de trap gevallen. Gelukkig is afgelopen jaar niemand ons ontvallen en dat is voorwaar een prestatie voor een vereniging met een zo hoog gemiddelde leeftijd.
Laten we er alles aan doen om alle leden te behouden, op elk denkbaar schaakniveau nieuwe leden te werven, en de jeugd en daarmee het schaken een toekomst te geven.
Ik wil graag met jullie proosten op 2014. Dat onze persoonlijke schaakambities dit jaar wel mogen uitkomen.
1. Hoe heet je en hoe oud ben je?
Ik heet Freek Kunst, geboren in het mooie Friesland, Sneek (1932) en ben 81 jaar oud.
Getrouwd in 1963. Vader van 3 volwassen kinderen Arnoud, Saskia en Frederik en opa van 3 kleindochters en 1 kleinzoon.
In oorlogstijd (1942) verhuisden mijn ouders naar Schiedam, waar mijn vader als technisch hoofd ambtenaar bij deze Gemeente een betrekking kreeg. Wij woonden op de stadsgrens van Schiedam, recht tegenover de scheepswerf Wilton Feyenoord, waar de daar aanwezige schepen vaak door uit Engeland afkomstige, bij ons laagvliegende vliegtuigen werden gebombardeerd. De Duitsers namen hun maatregelen , we werden binnen 24 uur uit ons huis gezet en zelf keerde ik weer tijdelijk terug in Friesland . We hebben als gezin amper de hongerwinter van 1944-45 overleefd.
2. Wat doe/deed je in het dagelijkse leven?
Op deze leeftijd vervul je geen maatschappelijk functies meer. Ik ben een internationale
Scheepvaartondernemer, destijds als directeur van een in Liverpool gevestigde scheepvaart onderneming, die lijndiensten onderhield op Zuid-Amerika. Op verzoek heb ik in Rotterdam een kantoor opgezet, waar we voor de internationale handel, de in- en export transporten van goederen regelden, inclusief alle douane formaliteiten en in- en uitklaringen.
In 1968 ben ik zelfstandig havenondernemer geworden met een eigen onderneming en dezelfde activiteiten. De opkomst van vervoer met zeecontainers wereldwijd en het roll on/roll off vervoer met ferry trailers nam een grote vlucht.
3. Hoe lang schaak je al?
Ik schaak al sinds mijn tiende jaar. Leerde het van mijn vader. Door studie en aanloop naar een loopbaan is door mij weinig geschaakt. Wel werd ik lid van onze schaakclub in 1970(?). We schaakten destijds in de Geref. Triomfaterkerk in de Oranjewijk.
4. Omschrijf je schaakstijl
Rustig de stelling opbouwen, ontwikkelen en gezamenlijk met de schaakstukken proberen een degelijke koningsaanval te lanceren. Ben niet echt agressief. Als de tegenpartij wel zo is, komt van mijn 1e opzet weinig terecht.
5. Wat is jouw schaakhoogtepunt?
Ik heb in de loop der jaren weinig prijzen gewonnen. Tijdens mijn verplichte militaire dienst bij de Kon. Marine – onderzeedienst heb ik menig partijtje gewonnen van een niet zo geliefde sergeant-majoor aan boord, wat mij als nieuw bemanningslid veel credit gaf.
6. Welke activiteiten voer(de) je uit voor de vereniging?
Was secretaris, later voorzitter van onze club voor vele jaren. Ben samen met AC Kamman, Jan van Vlijmen en Cees Zuijdweg tot erelid benoemd.
7. Wie is jouw favoriete tegenstander en wie is jouw angstgegner?
Geen echte favoriete tegenstander of angstgegner. Het komt zoals het komt.
8. Zijn er nog andere zaken die je met ons wilt delen?
Een compliment voor het huidige zittende bestuur, die de club goed aanstuurt en vele activiteiten promoot, met name ook voor de jeugd. We zijn een goede, gezonde club. Misschien toch nog eens verhuizen naar een betere locatie en-of horeca?
9. Aan wie geef je de pen door?
Ik geef mijn pen door aan mijn schaakvriend Jan van Vlijmen, die als dienstplichtige gediend heeft op dezelfde marine basis in Rotterdam.